De administratieve spoken in het onderwijs

De administratieve spoken in het onderwijs

Je kent het wel:

* stapels nakijkwerk;
* leerlingvolgsystemen
* verslagen van gesprekken met ouders, externen, leidinggevenden;
* notulen van vergaderingen;
* het invoeren van gegevens in magister;
* verzuimregistratie;
* handelingsplannen;
* groepsplannen;
* aantekeningen van scholingen;
* kattenbelletjes van telefoontjes;
* uitstroomprofielen;
* ontwikkelingsprofielen;
* toetsopbrengsten;
* observatiegegevens;
* gedragsnotities;
* plannen van aanpak;
* je eigen POP bijhouden;
* lerarenregister invoeren;
* calamiteiten noteren;
* en dan ben ik vast nog wat vergeten.

In het onderwijs is het heel normaal om al dit soort zaken bij te houden: een enorme administratie.
Wij kennen mensen die zich ziek gemeld hebben omdat ze bezweken onder de administratielast.

Maar laten we even eerlijk zijn: je bent leraar, geen administratief medewerker.
En je kunt van Sander Dekker zeggen wat je wilt, maar in een ding heeft hij zeker wel gelijk: “De bureaucratie in het onderwijs, waar talloze leerkrachten onder zuchten, moet hard aangepakt worden.” Administratieve spoken!

Er spoken namelijk nogal wat fantoomregels in het onderwijs rond.
Regels die zogezegd opgelegd zijn door de Inspectie of het LVS. Terwijl dat dus helemaal niet zo blijkt te zijn. Handelingsplannen en een LVS zijn bijvoorbeeld niet verplicht. En notulen? Daar kan je best zonder; een afsprakenlijst is voldoende. Scholen zijn vrij om zelf te kiezen hoe zij zich aan de eisen willen houden. Verjaag de administratieve spoken!

Welke eisen dat zijn?

 

Niet verplicht


Verplicht
Toetsen Een kleutertoets is niet verplicht.

Methodetoetsen zijn ook niet verplicht.

De Inspectie adviseert het eens per jaar afnemen van een landelijk genormeerde toets in alle leerjaren.

Een eindtoets voor alle leerlingen van groep 8 voor taal en rekenen is verplicht vanaf 2015.

Leerling-volgsysteem Het leerlingvolgsysteem van Cito of ParnasSys is niet verplicht.

Scholen zijn vrij te kiezen hoe ze ontwikkelingen in kaart brengen.

Een samenhangend systeem voor het volgen van prestaties en ontwikkelingen van leerlingen is verplicht.

Ontwikkelingen laten zien is voldoende.

Sociaal emotionele ontwikkeling Scholen zijn niet verplicht tot gebruik van SCOL of ZIEN.

Scholen zijn vrij in het kiezen van een (eigen) systeem.

Scholen moeten de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen volgen.

Inspectie adviseert een zelfrapportage door leerlingen.

Kleuter-observaties Kleuterobservaties zijn niet verplicht. Scholen moeten de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen volgen.
Individueel handelingsplan Individueel handelingsplan is niet verplicht.
Groepsplan Een groepsplan is niet verplicht.

Minimale plannen als didactisch hulpmiddel zijn voldoende.

Ontwikkelings-perspectief (OPP) Ontwikkelingsperspectief hoeft niet voor het basis ondersteuningsaanbod zoals begeleiding van dyslexie of kortdurende remedial teaching. Een OPP is verplicht voor alle leerlingen in het reguliere onderwijs die extra ondersteuning nodig hebben.

Een OPP is verplicht voor leerlingen in het speciaal (basis) onderwijs. Leerlingen kunnen daarbij geclusterd worden.

Bron tabel: http://wij-leren.nl/regeldruk-administratie.php

 

Hoe komt het dan dat zoveel leraren zich (nog steeds) te lang en teveel bezig houden met de administratie?
Omdat angst regeert! De angst om afgerekend te worden op cijfers, door de inspectie, door ouders, de media. De angst die leeft bij veel leidinggevenden in het onderwijs, maar vooral bij besturen, en bovenschoolse besturen. En omdat het makkelijk is om aan alle scholen van eenzelfde bestuur dezelfde eisen te stellen.

En nee, het is niet makkelijk om daar tegenin te gaan.
Maar het kan wel. Door als schoolteam samen te kijken naar de eisen van de inspectie en samen af te spreken hoe je daar als school aan wilt voldoen. Betrek daar ook de MR bij. En vraag het bestuur of je aan hen verantwoording mag afleggen. Want als je je administratie kunt uitleggen aan je bestuur, dan kan je dat ook aan de inspectie.

Het schooljaar is nog maar net begonnen… ga jij dit jaar ook met jouw team op spokenjacht?
En gaan jullie de werkdruk verminderen door de administratie te verminderen?

Succes!

 

 

0

Ben jij straks dat baken van rust bij de start van het schooljaar?

Ben jij straks dat baken van rust bij de start van het schooljaar?

Heb je een goede vakantie gehad? Ben je al aan het werk?
We hopen dat je er weer zin in hebt.
Na een ontspannen periode weer de dynamiek van een startend schooljaar.
Hoe zorg je ervoor dat er ondanks de drukte die op iedereen afkomt er toch nog ontspanning en kalmte is? Zodat jullie de leerlingen straks ook in een fijne ontspannen en open sfeer kunnen ontvangen?

Belangrijk is dat jij als leidinggevende die ontspanning zelf bij je draagt. Als je je ontspannen voelt, dan straal je ook ontspanning uit en kun je het baken van rust zijn waar iedereen zich aan kan spiegelen.

Hoe doe je dat?
Eigenlijk is het heel simpel.
De crux is:
Focus regelmatig op ontspanning. Ook al ben je volop in beweging, zowel in je hoofd als fysiek.

Wij geven je een simpel trucje om die focus op te pakken en bij je te houden.
In 8 stappen:

  1. Ga even rustig zitten. Zorg dat je ongeveer 5 minuten niet gestoord wordt.
    Laat jouw vakantie de revue passeren.
    Neem dan voor jezelf drie momenten in gedachten die je hebt beleefd en waar je je enorm bij ontspande.
  2. Kies bij één van die momenten een foto die jou kan herinneren aan dat moment van ontspanning. Dat kan een foto zijn die je zelf hebt gemaakt in de vakantie, of een willekeurig plaatje dat jou aan dat speciale moment doet denken.
  3. Plaats die foto ergens waar je hem regelmatig kunt zien. Bijvoorbeeld als achtergrondfoto op je telefoon of op het scherm van je computer of laptop.
  4. Bedenk er ook een stuk of 3 woorden bij en schrijf die op, zodat je ze kunt onthouden.
  5. Kijk de eerste werkweek iedere ochtend voordat je aan het werk gaat een minuut lang intensief naar de foto en herinner je de woorden.
  6. Eenmaal aan het werk kun je de foto telkens als je voelt dat je dat nodig hebt even bekijken.
  7. Als je wilt doe je hetzelfde voor de andere twee momenten. Dan kun je afwisselen.
  8. Na de eerste werkweek besluit je of je hier nog even mee doorgaat.

Je kunt dan ook een andere foto kiezen. Eentje die niet persé aan jouw vakantie is gelinkt. Het kan een foto zijn van iemand van wie je veel houdt, of van jouw favoriete landschap of van een fijn schilderij of beeld.

Heb je juist behoefte aan extra ontspanning?
Of merk je dat je inmiddels alweer wat spanning hebt opgebouwd?

Dan hebben wij nog een tip voor je:
Ga eens kleuren!

Het is een rustgevende bezigheid.
Van het geconcentreerd binnen de lijntjes blijven werken gaat een meditatieve werking uit. Al eeuwenlang schilderen en kalligraferen monniken om in een meditatieve staat te komen.
Het herhalende aspect van het inkleuren dwingt jouw geest om zich op het nu te focussen. Tegelijkertijd zorgt de samenwerking tussen de linker en rechter hersenhelft ervoor dat je alert en bewust blijft.

Hoe dan ook, het is heel prettig om te doen. Je kiest zelf de kleuren waarmee je de afbeelding wilt laten ontstaan.
Gewoon een keertje uitproberen.
Wij hebben een kleurplaat voor je. Als je de mail van Sterk voor de Klas hebt ontvangen, dan heb je hem al gekregen. Heb je hem nog niet, of wil je hem nog een keer, stuur een mailtje naar info@sterkvoordeklas.nl en wij zorgen dat je de kleurplaat per mail krijgt.

Print de plaat uit zodra je hem ontvangt zodat je op een voor jou geschikt moment even kan gaan zitten kleuren.
Zorg dat je een paar kleurpotloden bij de hand hebt en kies zelf of je de kleurplaat in één keer doet of elke dag een paar vakjes.
In alle rust.
Ervaar wat het met je doet.

Veel plezier!

Wij wensen je een heel goede start van het nieuwe schooljaar.

0

Ga uitgerust je vakantie in!

Ga uitgerust je vakantie in!

Heb je al vakantie? Of ben je nog bezig met de laatste loodjes?

Hoe dan ook, het is zaak om uitgerust de vakantie in te gaan. Dat voorkomt vakantiestress, ongelukken en een te vol hoofd.

Daarom deze maand: zeven tips om uitgerust je vakantie in te gaan!

  1. Alles wat je nog op school moet (of beter: wilt) doen (schoonmaken, voorbereiden, opruimen, enzovoort): roep hulptroepen in.
    Ouders, vrienden, vrijwilligers… delegeer de taken en zorg voor gezellige muziek, hapjes en drankjes en loof een prijs uit voor de beste hulp.
    Maak er wat leuks van!
  2. Maak een lijst van alle dingen die je in deze vakantie voor school wilt doen.
    Prik een of twee dagen in je agenda waarin je al deze dingen gaat doen. Je kunt het lijstje ook gewoon weggooien of verbranden.
    Vergaat de wereld als je al die dingen niet doet? Vermoedelijk niet. Zijn er dingen die echt moeten? Prima, maar plan ze dan ook echt in en zet ze in je agenda.
  3. Koop iets voor jezelf.
    Een mooi boek dat je deze vakantie wilt gaan lezen, een hoed, zomerkleren, een ijsmachine… iets wat jou alvast in vakantiestemming brengt.
  4. Download ergens een checklist (het internet staat er vol mee) voor je vakantievoorbereidingen.
    Dan hoef je hem zelf niet te maken en hoef je niet bang te zijn dat je iets vergeet.
  5. Schrijf brieven aan de leerlingen, ouders en collega’s die nog in je hoofd zitten.
    Deze brieven hoef je niet te versturen, je mag ze weggooien, verbranden, of in een doos op zolder stoppen.
  6. Sociale contacten en huishoudelijke verplichtingen?
    Kies bewust! Stel prioriteiten. Delegeer en combineer. Zorg dat je minimaal een dag per week de tijd geheel aan jezelf hebt.
  7. Ruim je huis op. “Ontspul…”; doe dingen weg.
    Een schoon en opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd. Als je er geld voor hebt: huur iemand in die het voor je doet en kijk glimlachend toe (vanachter je boek).

Zeven tips. Jij kiest zelf of je er één doet, of allemaal, of niet één.
Waar het om gaat is dat je relaxed het schooljaar afsluit en kunt zeggen:

“Ik ben klaar voor de vakantie!”

uitgerust op vakantie

Fijne vakantie!

 

0

Gooi het maar weer op het bordje van de leraren

Gooi het maar weer op het bordje van de leraren

Zes richtlijnen om als school niet te bezwijken onder de maatschappelijke verantwoordelijkheid

Je kunt soms geen krant openslaan, geen actualiteitenprogramma zien, of er wordt wel weer een maatschappelijk probleem op het bord van het onderwijs gelegd. Of het nu gaat over gezondheidsthema’s zoals overgewicht, roken, voeding en bewegen, of over duurzaamheid en milieubewustzijn, seksuele ontwikkeling en voorlichting, (digitaal) pesten, sociale en etnische integratie of radicalisering, regelmatig gaat de wijsvinger en de kritische blik richting het onderwijs. Onder het motto: Als ‘het’ thuis niet (goed) gebeurt, dan moet de school in actie komen.

En dat terwijl er op scholen al zoveel gebeurt.
En dat terwijl het bordje van veel leraren al overvol ligt.
Soms ook met zaken die als minder relevant worden ervaren door de leraren. Zoals de vele administratieve verantwoordingstaken en de werkdruk die dat geeft. Ook daar staan de media bol van. We kennen allemaal het verhaal.

Maar horen die belangrijke maatschappelijke thema’s wel thuis in het onderwijs?

Ja. Natuurlijk horen ze er thuis. Omdat school een afspiegeling is (of: kan zijn) van de maatschappij én omdat een school ook een opvoedende taak heeft.

En natuurlijk kom je als school in actie wanneer er bepaalde zaken spelen onder de leerlingen en hun ouders.
Natuurlijk ben je als leraar bezorgd als je ziet dat leerlingen ’s morgens moe en lamlendig in een stoel hangen omdat ze niet voldoende hebben geslapen en ook nog niet hebben ontbeten. Dan ga je op zoek naar een passend antwoord, in gesprek met de leerlingen en hun ouders. Zo zijn er scholen die kiezen voor een ontbijt op school.

En natuurlijk ga je het gesprek aan met leerlingen van wie je ziet dat ze zich ontwikkelen met hun rug naar de maatschappij, zich terugtrekken in een wereld die negatief en vijandig is naar de waarden en normen die we in Nederland nastreven. Als school ontwikkel je hier een visie op en misschien start je wel een speciaal project.

En natuurlijk heb je een aanpak om pesten te voorkomen en op te lossen.

Maar hoe voorkom je nou dat al die thema’s de docenten boven het hoofd groeien?
Je wilt beslist geen burn-out in jouw team.
Wij helpen jou daar graag bij:

Zes richtlijnen om als school niet te bezwijken onder de maatschappelijke verantwoordelijkheid

  1. Kijk altijd naar wat er bij jou op school speelt. Je hoeft niet de problemen van de hele wereld op je nek te nemen. Kijk naar wat er nodig is voor jouw leerlingen en onderneem daar actie op. Maar ga geen apart programma ontwikkelen voor gezonde voeding en beweging als dat op jouw school geen thema is of wanneer dat vanuit de ouders al heel goed wordt gedaan.
  2. Vertrouw op het gezonde verstand van je team. Leraren voelen haarfijn aan welke thema’s spelen en welke niet.
  3. Kijk ook altijd naar wat er al gebeurt op school, binnen een vak, door een individuele docent of in het kader van een project. Dan is het misschien al genoeg om het te actualiseren of het wat uit te breiden.
  4. Voor sommige thema’s is misschien wel ergens een subsidie beschikbaar. Onderzoek dit en pak je kansen om daar gebruik van te maken.
  5. Samenwerking/uitwisseling met een andere school kan een goede oplossing zijn. Samen sta je sterker dan alleen, je kunt elkaars deskundigheid heel goed delen en de taken verdelen. Dat levert extra tijd en energie op.
  6. Laat je niet meeslepen door hypes. Doe gewoon waar je als school goed in bent: goed onderwijs verzorgen, zodat de leerlingen straks met de juiste bagage naar een vervolgopleiding of een werksituatie kunnen. Zodat leerlingen steeds meer prettige, meedenkende burgers zijn, worden en blijven.smiley

Wij wensen je nog een paar heel mooie schoolweken vóór de zomervakantie start!

0

Hoe voorkom je stress op school? Zeven tips.

Hoe voorkom je stress op school? Zeven tips.

De huilende dochter van een vriendin. Ze had een goede planning gemaakt voor de proefwerkweek. Ze hield zich er keurig aan; leerde iedere dag en wisselde leer- en maakwerk af. En toen besloot de school om het toetsrooster om te gooien. Haar hele planning was nu in de war en ze had nu onvoldoende tijd om haar geschiedenis goed te leren: die toets was meer dan een week naar voren verplaatst. Stress.

De boze juf. Ze had besloten om zich niet meer gek te laten maken door de waan van de dag. Ze stelde haar prioriteiten en zorgde ervoor dat ze ruim van te voren met de voorbereiding van grote klussen begon, zodat ze de laatste weken voor de vakantie ontspannen door kon komen. En toen viel er een collega uit en werd er van haar verwacht dat ze de naschoolse taken van de collega “er even bij deed”, want zij had toch tijd over. Stress.

De boze ouder. De leraar dacht dat hij de moeder toch al een paar keer duidelijk had verteld dat haar zoon af zou moeten stromen naar een lager niveau, en nu bleek dat zij toch echt dacht dat hij “gewoon zou blijven zitten”. Stress… bij allebei.

Aan het eind van het schooljaar is iedereen moe en liggen stress en spanningen op de loer. En natuurlijk: iedereen vaart wel bij een beetje stress. Dit zorgt ervoor dat wij op de toppen van ons kunnen presteren en meer bergen verzetten dan wij voor mogelijk hadden gehouden.

De dochter van mijn vriendin gooide haar planning om en haalde toch een voldoende voor geschiedenis.

De boze juf stelde haar grenzen bij en ging met haar collega’s om tafel om keuzes te maken: wat hoeft echt niet, wat kan opgepakt worden door anderen en in welke vorm en wie gaat dat doen in wiens tijd?

De boze ouder en de leraar gingen in gesprek en de leraar luisterde naar de moeder. Zij voelde zich nu wel gehoord en dat was voorlopig  voldoende.

En ja… rapporten, ouderavonden, nakijken, verslagen, evaluaties, schoonmaken, afscheidsavonden en ga zo maar door… allemaal flinke kansen om je stresslevel even fijn op te krikken.
Het lijkt maar door te gaan, die laatste maanden. Iedereen is blij als de vakantie weer gehaald is… met of zonder kleerscheuren.

Er zijn mogelijkheden om de stress te reguleren, te verminderen.
Maak de goede keuzes en weet waarom je ergens voor kiest.
mei 2016

  1. Geef ruimte voor het uiten van frustraties en geef veel complimenten. Spreek je waardering uit. Verwen je personeel.
  2. Zorg voor een goede planning (liefst al aan het begin van het schooljaar) en houd je hier zo veel mogelijk aan. Plan reservetijd in voor de dingen die er bij komen.
  3. Zorg voor lucht en ruimte door grote klussen tijdens studiedagen te laten doen.
  4. Beperk het aantal buitenschoolse activiteiten. Stel niet alles verplicht of maak een “strippenkaart”. Veel buitenschoolse activiteiten kunnen zelfs ook onder schooltijd plaatsvinden.
  5. Maak keuzes met elkaar. Wat doen jullie omdat iedereen het al jaren zo doet? Kan het ook anders? Wat kan weg? Wat kan vervangen worden door iets anders? Wat kan op een ander moment in het jaar?
  6. Voorkom opeenstapeling van taken. Er zijn veel taken die best kunnen blijven liggen tot na de vakantie, of maak gebruik van vrijwilligers voor al die taken die geen lesbevoegdheid vereisen.
  7. Neem de tijd. Laat je niet gek maken. Ren niet door en door; neem je pauzes, geniet van de leerlingen en echt waar: De wereld vergaat niet als je niet alles doet.

Stress… alleen als je het nodig hebt 🙂

 

 

0

De leraar als rots in de branding

De leraar als rots in de branding

Hoe blijven leraren ‘de rots in de branding’?
Zeven tips voor leraren in woelige tijden.

Dat een leraar een heel belangrijke factor is voor leerlingen/studenten in het beleven van school is meer dan bekend.
Misschien is het wel de belangrijkste factor.
De leraar als rots in de branding.
Een goede leraar inspireert, motiveert, stimuleert, is een voorbeeld, kan troosten, leert onderscheiden, relativeren. En zo kunnen we de lijst nog wel eindeloos aanvullen.
Een leraar heeft dan ook heel wat in huis. Zowel vakinhoudelijk als menselijk. Alle compassie, liefde, kennis en kunde, op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid. Ga er maar aan staan. En dat doen heel veel docenten heel graag.

rots in de branding

rots in de branding

Maar wat nu als er heel ingrijpende gebeurtenissen zijn die de wereld doet opschrikken en die ook doorspelen in de klas? Wat betekent dat voor een docent? Het is heel actueel. De tegenstellingen in de wereld weerspiegelen zich ook in de klas. Vroeger, zo’n 25 jaar geleden was dat ook al zo, maar de complexiteit heeft zich verhevigd.

Hoe zorg je ervoor dat jouw leraren de rots in de branding kunnen zijn? Hoe zorg je ervoor dat ze zich gesteund voelen?

Zoals een paar maanden geleden, vlak na de aanslagen in Parijs . Een docente vertelde mij dat een klein groepje leerlingen begon te praten over wat er gebeurd was. “Het is allemaal nep” riep een jongen. “Ja” voegde een ander toe, “allemaal ketchup. Er is niets van waar”.

Zo ging het gesprek nog even door. De ene complot theorie na de andere vloog over tafel en ‘het was allemaal de schuld van de Amerikanen’. De sfeer in de klas was onaangenaam en vijandig aan het worden en de docente voelde zich heel ongemakkelijk en zelfs boos.
Ze vroeg zich af: wat kan ik het beste doen? Ga ik het gesprek aan of vermijd ik dat juist? Als er iets geroepen wordt, hoe reageer ik dan? En wat doe ik met mijn eigen emoties?

Dit speelde zich af op een school voor MBO. In het basisonderwijs zal de reactie van de kinderen anders zijn. Leerlingen zullen daar vaker angstig zijn, of onrustig. En ook dat vraagt een passende en sterke reactie van de leraar.

En pas geleden werden we weer opgeschrikt door de aanslag in Brussel. De ochtend na de aanslag ging de docente op z’n zachts gezegd met een onrustig gevoel naar school. En die onrust maakte dat ze niet sterk in haar schoenen stond. Hoe graag ze er ook voor haar leerlingen wilde zijn, het liefst had ze zich op dat moment even teruggetrokken.
Wat zij zo nodig had en waar zij op hoopte was een moment van delen en ruggespraak met collega’s: begripvol, respectvol en veilig. En vervolgens een duidelijke lijn of kader als gezamenlijk uitgangspunt.

Hoe kun je dat faciliteren als leidinggevende?

Zeven tips voor een team: iedere leraar als een rots in de branding:

  1. Na zo’n dramatische gebeurtenis: stuur alle docenten een mail of bericht en nodig ze uit om even samen te komen vóórdat alle lessen beginnen. Verplicht, maar ook zo uitnodigend dat iedereen graag wil komen.
  2. Zet dit onderwerp op de agenda van een studiedag of overleg.
    Bespreek met het team hoe je hier mee om gaat. Wissel van gedachten. Stel een gezamenlijke lijn vast.
  3. Geef ruimte aan de emoties: alles mag er zijn en gezegd worden. Ook de negatieve emoties en de obstakels. Pas als een emotie geuit is komt er ruimte voor een mogelijke oplossing.
  4. De sleutelwoorden voor een goed gesprek in de klas zijn: begrip, respect, aandacht, luisteren, veiligheid. Laat dit ook de leidraad zijn in de gesprekken in het team. ‘Teach what you preach’.
  5. Zorg voor dialoog in plaats van discussie. Zoek daar samen technieken/ werkvormen voor. Oefen die door ze ook in het gezamenlijk overleg toe te passen. Denk bijvoorbeeld aan ‘the talking stick’ ( Stephen Covey) Kijk voor een filmpje hier over naar https://youtu.be/HUxi-Zc45tA
  6. Spreek af hoe je omgaat met grensoverschrijdend gedrag en hoe je dat in de klas bespreekbaar maakt.
  7. Ga individueel in gesprek met docenten die een extra steuntje in de rug nodig hebben.

Deze zeven tips zijn er om te voorkomen dat docenten zich terugtrekken en misschien op een negatief eilandje terecht komen.
Geef de positieve energie die je samen kan genereren een kans.
En als je als leidinggevende zelf behoefte hebt aan ondersteuning hierbij, zoek dan een sparringpartner om je te helpen.
Ook dan geef je het goede voorbeeld.

0

Hoe actief is jouw team?

Hoe actief is jouw team?

Laatst verzuchtte een teamleider: “Ik word er best een beetje moe van. Ik vraag voorafgaand aan de studiedag via de mail wie er mee willen denken over het thema ‘werkdruk op onze school’ en niemand reageert. (Ja eentje, maar van haar wist ik het al.) En vervolgens vraagt iedereen wat we dan precies gaan doen op die studiedag.”
Lezen ze hun mail niet?
Willen ze niet betrokken worden?
Hebben ze het te druk?
Hoe actief is jouw team?

Het kan alle drie.
Maar in de meeste gevallen is er iets anders aan de hand: mensen verschillen.
Ja, dat wist je al. Open deur. We weten dat mensen verschillen.
En toch denken we steeds weer dat mensen hetzelfde reageren op onze acties zoals wij zelf zouden reageren op onze actie.
We weten dat mensen verschillen en toch blijven we denken vanuit onszelf; en niet vanuit de ander.
En laten we eerlijk zijn. Als jouw team bestaat uit 28 mensen, dan is het onmogelijk om jezelf te verplaatsen in 28 verschillende personen en te denken vanuit hun 28 verschillende standpunten. Geen optie, niet te doen. Zelfs niet met 4.

Maar je kunt jouw team wel verdelen in 2 groepen: de proactieven en de reactieven.
De proactieven nemen graag het voortouw in acties.
Zij gaan aan de slag en komen zelf met ideeën. Zij worden door de anderen wel eens als “die zijn zo snel…” beschreven.
De reactieven volgen. Zij wikken en wegen voordat zij in actie komen. Zij willen weten ‘hoe en waarom’. Zij denken voordat zij doen.

In een team heb je beide ‘soorten’ mensen nodig; zij die de kar trekken en zij die op de rem trappen.
De teamleider uit het voorbeeld heeft een team met overwegend reactieve types; zij volgen als ze weten hoe, wat en waarom.
Als teamleider kun je dan mensen persoonlijk benaderen met een specifieke vraag en hen vervolgens de tijd geven om na te denken over het antwoord.
“De volgende studiedag gaat over werkdruk op onze school. Ik zou de studiedag graag willen voorbereiden met 3 mensen die ook willen weten hoe we de werkdruk kunnen verminderen. Zou jij mee willen doen? Denk er rustig over na, ik hoef het volgende week maandag pas te weten.”
En vervolgens krijgt de reactieve collega de tijd om vragen te stellen en na te denken.

Zo creëer je draagvlak onder het hele team en krijg je niet alleen de proactieve collega’s mee.
Want een heel team van proactieven geeft wel veel energie, maar in de meeste gevallen vliegt het vervolgens alle kanten op. En dan komt er van de werkdrukvermindering ook niks terecht.

Wat denk je, hoe is de samenstelling proactief – reactief in jouw team? En hoe neem je die wetenschap mee in jouw communicatie naar het team?

Hoe actief is jouw team?

0

Is die werkdruk echt te hoog?

Is die werkdruk echt te hoog?

Hè hè, eindelijk mag het gezegd worden: de werkdruk in het onderwijs is te hoog.

Eindelijk is er ook aandacht voor in de media. En dat na al die jaren waarin het steeds weer ging over de lange vakanties, over dat leraren niet zo moeten ‘zeuren’ en over het bedrijfsleven waarin het in vergelijking met het onderwijs veel zwaarder zou zijn.

Heb je de verschillende programma’s gezien? Zowel de uitzending van De Monitor als de uitzending van Zembla hebben veel reactie opgeleverd bij alle betrokkenen in het onderwijs. Het voelt voor veel leraren als een vorm van ‘eindelijk gerechtigheid’.

Natuurlijk, wij hebben ook gekeken en weet je, wij zagen eigenlijk niets nieuws. Inderdaad, werken in het onderwijs vraagt behoorlijk wat van een mens. Dat weten wij als geen ander. En toch schrokken we ook weer even. Bijvoorbeeld van de docent die in de enige pauze die ze heeft leerlingen een bijlesje geeft en na de lestijd in een ijskoude school blijft doorwerken. Onder het mom van: ‘het kan niet anders’.

En toch blijven wij optimistisch. Want er zijn ook voorbeelden van scholen die de werkdruk en vooral ook de regeldruk onder controle hebben. En er zijn ook voorbeelden van leraren die ondanks de vele taken op hun bordje plezier in hun werk houden.

Hoe doen ze dat?

Leraren houden dat plezier als het ze lukt om te focussen op hun passie voor het onderwijs.
Focussen op de dingen waar ze blij van worden in plaats van op wat ze niet bevalt of afkeuren.
Docenten blijven energiek als ze keuzes kunnen en durven maken in wat ze wel en niet doen, als ze zich eigenaar voelen van hun taken en geen ‘pion’ op een groot schaakbord. Als ze vanuit hun hart en met hun deskundige betrokkenheid prioriteiten kunnen stellen en op die manier goed voor de leerlingen en goed voor zichzelf zorgen.

Sommige docenten doen dit van nature, andere hebben wat steun nodig om het te leren.
Het schoolklimaat speelt hierbij ook een belangrijke rol.

Wat kun jij doen als manager om een gunstig klimaat in jouw school te creëren en te houden?

Hier volgt de top7 van de dingen die je kunt doen:

  1. Stel zelf ook prioriteiten: wat is nu belangrijk en wat kan nog even wachten?
  2. Wees bewust van wat een ‘must’ is (regelgeving) en waarin je als school ‘vrijheid’ hebt om zelf vorm te geven.
  3. Wees transparant over wat de overheid vraagt en wat je als school, vanuit je onderwijsvisie wilt.
  4. Maak ruimte om aan teamgeest te werken.
  5. Zorg dat de onderwijsvisie gedragen wordt door het hele team.
  6. Maak zorgen, vragen en vraagtekens bespreekbaar.
  7. Last but not least: herken en erken de signalen, neem het serieus als het soms toch teveel is voor iemand. Zorg voor een luisterend oor, begrip en samen naar een oplossing zoeken. Het lijkt zo simpel, maar echt, het werkt.
0

Niet lullen maar poetsen

Niet lullen maar poetsen

Een typisch Rotterdamse uitdrukking die goed past bij de mentaliteit in het onderwijs.
De meeste leraren houden niet van teveel gepraat, ze willen liever iets DOEN.
Dat geldt zeker ook voor leraren bij wie een burn-out op de loer ligt. Je doet ze geen plezier om dan heel lang te gaan praten en filosoferen over het waarom en het hoe.
Er is al zoveel gedacht en gepraat! Het teveel denken is dan een deel van het probleem geworden.
Daarom vinden wij dat je beter kunt kiezen voor een andere aanpak.
Eentje waarbij je ontspannen kunt door iets te ‘doen’.
Vraag je je af hoe dat er uit ziet? Hier wat voorbeelden van wat je kunt ‘doen’, maken of beleven:

Een schilderij of tekening
Een mindmap
Een schema
Een rollenspel
Een (stilte)wandeling
Muziek
Een verhaal vertellen of uitbeelden
Een fotocollage
Boetseren

Het doel: heel de mens betrekken.
De linker EN de rechterhersenhelft.
De ratio EN het gevoel.
Door creatief te werken, in beweging te blijven en dingen te doen stimuleren wij om zaken vanuit een andere invalshoek te bekijken.
Vooral bij het schilderen, tekenen en boetseren doen we daarbij appel op de intuïtie en het gevoel.
Iets maken waar je niet ‘je best op doet’, maar ‘spelen’.
Niet nadenken over wat je gaat maken maar aan de gang gaan met kleuren die je fijn vindt.
Zoals een kind het zou doen.
Dat roept soms ook weerstand op. Want, toegegeven, voor een volwassene is het in het begin even een knop omzetten: zonder oordeel gewoon lekker met kleur spelen.
Weerstand is helemaal niet erg, eigenlijk is het goed.
Want uiteindelijk levert het iets op.

Het creëren brengt licht en lucht in de coaching.
Juist door (soms moeilijke) emoties letterlijk in beeld te brengen ontstaat relativering en is er ruimte voor een lach.
En die lach is belangrijk, humor is een onmisbaar ingrediënt om weer in je kracht te komen.
Dat neemt niet weg dat het creatief werken soms ook confronterend kan zijn.
Want de boodschap komt heel direct binnen.

Deze werkwijze nodigt mensen uit om de regie weer in handen te nemen.
Na het creatieproces zijn belangrijke vervolgvragen: ‘wat heb je nodig’ en ‘wat neem je je voor’?
Het gaat om bewustwording: wat heeft de situatie met JOU te maken, wat kun jij ZELF veranderen?

Laatst vertelde een klant dat zij bij een opdracht om iets te maken vaak in eerste instantie geen flauw idee heeft wat ze moet doen.
En dan, door gewoon maar te beginnen met een ‘krabbel’ met haar linkerhand, zit ze er ineens middenin.
Dan gaat het vanzelf stromen en is ze verbaasd over wat het resultaat haar vertelt.
Haarfijn ziet ze dan hoe iets in elkaar steekt, wat ze nodig heeft of wat ze eigenlijk wil doen.
Wat onbewust was, wordt bewust.
De handeling, het maken werkt als een soort lift die de antwoorden en informatie die verborgen liggen naar boven brengt.
Dan zijn ze zichtbaar en kunnen ze worden opgepakt.

Voel je je vingers al jeuken om iets te doen?

Hieronder 3 manieren om zelf met jouw team aan de slag te gaan.

  • Teken eens elkaars portretten in plaats van een teamvergadering.
  • Nodig je medewerkers (om de beurt) uit voor een wandeling van 10 minuten en stel ze één vraag: “Wat heb jij op dit moment nodig waar ik jou mee kan helpen?”
  • Zet een bosje bloemen in iedere klas met een kaartje eraan met een persoonlijke boodschap voor klas en leraar.

Kijk op onze homepage voor nog meer mogelijkheden!

Veel succes en plezier ermee!

Judith en Els

0

Ken jij het verhaal achter de mens?

Ken jij het verhaal achter de mens?

Als leidinggevende heb je veel gesprekken met mensen. Met zowel collega’s als externen.
Als je je goed met iedereen kunt verbinden, zal je zien dat alles wat je doet en zegt meer effect heeft.

Je verbindt je met anderen door het verhaal achter de mens te leren kennen.
De basis van verbinden is: heel goed luisteren en kijken.

Lees deze vijf tips om nog beter te kunnen luisteren en kijken, om jezelf nog beter te kunnen verbinden met anderen. Zodat jij een nog betere leidinggevende wordt.

  1. Ga niet in discussie. Accepteer wat de ander te vertellen heeft door instemmend te knikken. Ook al ben je het er niet mee eens. Je gesprekspartner moet eerst weten dat je luistert. De ander wil zich gehoord voelen.
  2. Kijk heel goed naar de mensen waarmee je spreekt. Observeer ze. Wat voor houding nemen ze aan? Hoe staan hun schouders? Hoe zitten/ staan ze? Wat doen ze met hun ogen en handen? Maak als het ware een “foto” van het geheel en interpreteer voor jezelf wat je ziet. Vervolgens vraag je of het klopt wat je ziet. Vragen die je zou kunnen stellen zijn bijvoorbeeld: “Ik heb het idee dat je zenuwachtig bent, klopt dat?” of “Ik denk dat je me iets wilt vragen, is dat zo?” Je kunt vervolgens doorvragen op het antwoord dat gegeven wordt, of de ander geruststellen.
  3. Luister heel goed naar de toon van de mensen. Spreken ze gehaast? Hoog of laag? Weifelend? Zorgvuldig? Hebben ze een hoge adem? Ook geldt dat je een foute conclusie kunt trekken. Het is dus zaak dat je mensen eerst hun verhaal laat doen en eventueel geruststelt.
  4. Wat is de inhoud van het verhaal? Zijn er veel details? Vraag dan naar een overkoepelend plaatje. Is het verhaal globaal? Vraag dan naar de details. Spreekt iemand beschouwend? Vraag dan naar de mening van de ander.
  5. Spiegel houding, woordkeus en taalgebruik. Niet exact, maar een beetje. Zo weet de ander dat je aandachtig luistert.

Heb je nog meer tips? Deel ze met ons en andere lezers in het commentaarveld!

Laatste kans!
Meedoen met onze pilot ‘Anders omgaan met werkdruk in het onderwijs’?
Het is tot 31 december 2015 nog mogelijk om het programma voor de pilotprijs van €79,- aan te schaffen!
Je krijgt al het materiaal toegestuurd en je kunt er mee aan de slag wanneer het bij jou uitkomt, dus ook nog in 2016.

Vanaf 1 januari 2016 is de investering voor deelname aan het online programma €399,-.

Neem contact met ons op als je interesse hebt. We geven je graag meer informatie.
info@sterkvoordeklas.nl
Judith:0683987580
Els: 0618367451

0